Met crowdfunding redden we wat we toch al zouden betalen

Met crowdfunding redden we wat we toch al zouden betalen

Crowdfunding groeit razendsnel als antwoord op de bezuinigingen op cultuur. Het is echter nog maar de vraag of crowdfunding het grote geld en de zelfredzaamheid kan bieden die het belooft. Kan crowdfunding diversiteit van kunstenaars en cultuuraanbod waarborgen, of snijden we onszelf er dieper mee in de vingers?

Met de pet rondgaan was nog nooit zo makkelijk. Via crowdfunding kan iedereen, van individu tot organisatie, rechtstreeks geld inzamelen bij de massa. Een potentiële ondernemer deelt een projectvoorstel op een van de talrijke openbare crowdfundingwebsites, waar bezoekers een geldbedrag kunnen toezeggen. Dit zijn meestal bescheiden bedragen; de kracht van crowdfunding zit hem in het aantal investeerders. Als echter het vooraf vastgestelde inzamelingsdoel niet voor de deadline gehaald wordt, krijgt de ondernemer in de meeste gevallen helemaal niets. Aan de andere kant is alles boven het beoogde doel mooi meegenomen. Omdat crowdfunding openbaar is en vrijwel geen instapdrempel kent, wordt potentieel iedereen een ondernemer of investeerder.

Gecrowdfunde smart is halve smart

De toekomst voor crowdfunding ziet er zonnig uit. Volgens crowdfunding- en consultancybureau Douw & Koren groeit het explosief: in 2014 is er in Nederland 63 miljoen euro opgehaald, een verdubbeling ten opzichte van 2013. Deze groei lijkt ook in 2015 onvermoeid door te zetten, met 49 miljoen euro opgehaald in de eerste helft van het jaar. Zo klein lijkt crowdfunding niet, vergeleken met de tegenvallende bedrijfssponsoring aan de cultuur in 2013. Deze bedroeg volgens de Volkskrant 281 miljoen euro in 2013.

Voorstanders van de participatiesamenleving lopen weg met crowdfunding. Dankzij de toegankelijkheid van het financieringsmodel is in theorie voor iedereen met een degelijk project voldoende startkapitaal binnen handbereik, zonder afhankelijk te hoeven zijn van overheidsinmenging, of de grillen van grote geldschieters. Op een partijcongres vorig jaar vertelde minister-president Rutte over een vrouw die de zorgkosten voor haar borstkanker betaalde via crowdfunding. "Dit is allemaal heel normaal. Dit is allemaal die participatiesamenleving," zo concludeert de premier. Het is onder zijn bewind dat kunst en cultuur deze richting instuurt.

We hebben het idee van crowdfunding snel omarmd en maken er flink gebruik van. Het Nationaal Crowdfunding Onderzoek 2013 vat aan de hand van eigen onderzoek samen: "er lijkt sprake te zijn van een hoge mate van vertrouwen in crowdfunding als financieringsmiddel" en dat "Nederlanders crowdfunding bovenal zien als een nieuwe mogelijkheid om projecten samen mogelijk te maken."

Crowdfunding-websites profileren crowdfunding en zichzelf als een utopische oplossing tegen de bezuinigingen van afgelopen jaren, en meer. 1%Club, het platform voor "Do-good crowdfunding", promoot zich door te richten op het aanbieden van wereldverbeterende projecten: "onze passie is om zoveel mogelijk mensen in staat te stellen een positieve verandering teweeg te brengen in hun omgeving, stad, land – of zelfs in de hele wereld." Voordekunst openbaart in hun jaarverslag van 2014 ambities die de bezuinigingen op cultuur ontstijgen: "we zijn niet meer een spontaan, toevallig goed getimed antwoord op de bezuinigingen die in 2010/2011 werden aangekondigd, maar een serieuze organisatie die zich de komende jaren nog meer profileert als intermediair tussen kunst en het publiek." Deze groeiende ambities passen bij de toenemende populariteit die crowdfunding geniet ondanks, of juist dankzij, de eerdergenoemde bezuinigingen.

Het grote geld ligt buiten bereik

De belofte van zelfredzaamheid is niet voor iedereen binnen bereik. Op De Correspondent beschrijft Karel Smouter hoe crowdfunding een sociaal vangnet als voorwaarde stelt voor deelname. Smouter beschrijft hoe hij en zijn vrouw in een benarde situatie belandden, nadat na een ziekenhuisbezoek de kostwinning prompt gehalveerd werd. Zij kenden gelukkig genoeg mensen die te hulp konden schieten, maar niet iedereen heeft zoveel 'geluk'. Smouter: "zulke vanzelfsprekende ondersteuning is in het ontzuilde, geïndividualiseerde Nederland van nu voor lang niet iedereen weggelegd. [...] Daarom lijkt de 'participatiesamenleving' alleen maar goed nieuws voor wie al participeert."

In een bacheloronderzoek voor de Universiteit Utrecht gaat Jolien van Hekke een stapje verder. Zij schrijft: "het lijkt er op dat het grootste gedeelte van de projecten voornamelijk slaagt door steun vanuit het eigen netwerk, geografische omgeving of personen die de initiatiefnemer via via kennen." Ze voegt hieraan toe dat de meeste crowdfundingprojecten niet het 'grote geld' van de massa bereiken – datgene wat crowdfunding per definitie belooft – en worden daarin overschaduwd door een kleinere, gevestigde groep die beschikt over een breed netwerk en vaak beter vertegenwoordigd wordt op crowdfunding-websites en elders. Volgens Van Hekke wordt deze "onevenredige verhouding" enigszins gecompenseerd door de korte looptijd van campagnes en de potentiële hype voor individuele projecten, maar desalniettemin schaart Van Hekke crowdfunding onder "complexe systemen [die] na verloop van tijd steeds oneerlijker worden."

De mecenas die er iets voor terug wil zien

Die groeiende ongelijkheid bepaalt niet alleen wie er wel of niet kunnen deelnemen aan crowdfunding, maar ook dat ze er profijt van kunnen hebben. Het is onderdeel van en draagt bij aan een onzekere economie waar tastbare resultaten centraal staan.

In 'The Bacon-Wrapped Economy' schrijft de Amerikaanse tech-redacteur Ellen Cushing hoe crowdfunding onze opvatting van filantropie verandert. In de VS zijn de voornaamste kandidaten om particulier te investeren in cultuur de nouveau nouveau riche van de start-ups, tech en digitale media. Zij beschikken over een grotere concentratie van rijkdom dan ooit, en op jongere leeftijd, maar houden er andere ideeën op na wanneer het aankomt op schenken aan de kunsten. De nieuwe generatie rijken deelt niet de overtuiging dat cultuur een onmisbare verrijking van de samenleving is. Dat het een noodzakelijk tegengeluid is tegen het heerschappij van marktwerking, en (financiële) steun nodig heeft om onafhankelijk te blijven. Integendeel: de nieuwe generatie wil investeren met als doel een meetbaar rendement terug te krijgen.

"And if the old conception of art and philanthropy was about, essentially, building a civilization [...] the new one is, for better or for worse, about voting with your dollars."

In Boekman 103, met als thema "Wie geeft er aan cultuur?", onderstrepen René Bekkers e.a. het belang van crowdfunding dat in toenemende mate de leegte moet vullen van teruglopende giften. Zij schrijven: "terwijl de totale giften aan cultuur de afgelopen jaren zijn gedaald, zijn de bedragen die via crowdfunding worden opgehaald juist toegenomen. Het belang ervan neemt daarmee toe." Deze nieuwe vorm van het mecenaat is niet geheel onbaatzuchtig.

Deze nieuwe waarden liggen ten grondslag aan de financieringsmodellen en terminologie van crowdfunding. De meeste crowdfundingprojecten bieden naast het project zelf kleine, tastbare beloningen in ruil voor je investering. Stickers, een huiskamerconcert of een rondleiding door het hoofdkantoor: hoe meer je schenkt, des te meer je er extra voor terug krijgt.

Oneindige ruimte voor diversiteit op het web

De diversiteit van het cultuuraanbod lijdt als we het volledig aan marktwerking overlaten. Bij financiële tegenwind worden de randjes er als eerste afgesneden, getuige bijvoorbeeld het opdoeken van NPO Radio 6. Maar wanneer we het over het internet hebben, hebben we de neiging te denken dat het in theorie eindeloze aanbod genoeg ruimte overlaat voor diversiteit. Er hoeft ten slotte niet gevochten worden om beperkte zendtijd of bioscoopzalen.

Dit is het gedachtengoed van de Long Tail. In 2004 zette Chris Anderson in WIRED Magazine zijn Long Tail-theorie uiteen: omdat het internet winkels en aanbieders oneindige ruimte biedt voor hun producten en diensten, kunnen zij naast hun populaire aanbod ook in oneindige nicheproducten voorzien. Geleidelijk, zo voorspelt Anderson, zullen we alleen nog maar de nicheproducten kopen die precies aansluiten op onze smaak – het internet maakt ten slotte alles even makkelijk vindbaar. Het platte vermaak van die vermaledijde "brain-dead summer blockbusters and manufactured pop" maakt dan geleidelijk plaats voor een diverse markt waar voor ieders unieke smaak het perfecte product te koop is. Anderson: "forget squeezing millions from a few megahits at the top of the charts. The future of entertainment is in the millions of niche markets at the shallow end of the bitstream." De theorie van de 'Long Tail' beïnvloedt nog steeds de manier waarop we over het internet denken.

Crowdfunding lift mee op die droom. Zoals Van Hekke in haar onderzoek al vaststelt: de utopische belofte van crowdfunding is dat iedereen toegang kan hebben tot het grote geld. Dat iedereen zijn project kan laten financieren, maar ook dat er voor ons altijd een project is dat perfect bij ons past – en waarvan de financiering haalbaar is.

Net als alle anderen speelt Kickstarter, het grootste crowdfundingplatform in de VS, in op de belofte van ontelbare niches, vaak met de charme dat je de lokale scene steunt: "Every artist, filmmaker, designer, developer, and creator on Kickstarter has complete creative control over their work — and the opportunity to share it with a vibrant community of backers."

Het is waar dat crowdfunding allerlei diverse projecten mogelijk heeft gemaakt. Quinsy Gario financierde er bijvoorbeeld zijn inclusieve talkshow mee en de Nederlandse spelontwikkelaar Wispfire heeft er zijn anti-koloniale computerspel Herald deels van kunnen bekostigen. Het zijn beide projecten die expliciet afwijken van de smaak (en politiek) van de meerderheid.

De hang naar ongelijkheid

Dit soort projecten zijn eerder uitzondering dan regel. Een blik op de populairste Kickstarter-projecten toont een reeks oplossingen voor luxeproblemen in de vorm van smartwatches, nostalgische spelcomputers en een koelbox met meer foefjes dan Batmans broekriem. Voordekunst pronkt in het eigen jaarverslag van 2014 met het "enorm[e] succes" van de Tostifabriek (een plek in Amsterdam waar alle ingrediënten voor een tosti zelf gekweekt worden, inclusief vee) en het daaropvolgende Tostifabriek-boek.

Andersons voorspelling van de Long Tail is nooit uitgekomen. Integendeel: volgens Anita Elberse van de Harvard Business School zijn we sindsdien alleen maar meer geld uit gaan geven aan blockbusters. In haar artikel 'Should You Invest in the Long Tail?' en boek Blockbusters: Hit-making, Risk-taking, and the Big Business of Entertainment toont ze aan de hand van cijfers dat we het gros van het niche-aanbod links laten liggen. Wanneer Anderson het heeft over het revolutionaire muziekaanbod van iTunes, noemt Elberse gegevens die tonen dat in 2011 94% van de gekochte muziek op iTunes minder dan 100 keer is verkocht, waarvan 32% zelfs maar één keer. Elberse: "as time goes on and consumers buy more goods online, the tail is getting longer but decidedly thinner. And the importance of individual bestsellers is not diminishing over time. Instead, it is growing."

Het gedachtengoed van de Long Tail lijkt vooral te blijven bestaan dankzij de aantrekkelijkheid van het idee zelf: dat dankzij het internet een vrije markt zou gelijktrekken, en dat iedereen voor elk deugdzaam product de perfecte afzetmarkt kan vinden. Dit is niet het geval. Toch vestigen we dezelfde hoop op crowdfunding.

Hoop doet leven, al vallen de cijfers tegen

Bovenal is crowdfunding op zich niet voldoende om het gat te vullen dat de cultuurbezuinigingen geslagen hebben. Zoals René Goudriaan en Olaf Koops in Boekman 103 schrijven: "crowdfunding wordt genoemd als oplossing voor overheidsbezuinigingen, maar de huidige omvang is nog beperkt: in 2014 5,4 miljoen euro voor de totale creatieve sector." In hetzelfde tijdschrift vat Ineke van Hamersveld, aan de hand van onderzoek door Berenschot en Boekman zelf, samen: "[...] de private sector, zoals sponsors en particuliere fondsen, is momenteel niet in staat, noch bereid de financiële rol van de verschillende overheden over te nemen."

Volgens hetzelfde onderzoek blijken de voorgenomen bezuinigingen van cultuur mee te vallen, schrijft Bastiaan Vinkenburg "met de kanttekening dat de cijfers nog niet volledig, betrouwbaar en goed vergelijkbaar zijn," dat de daling van de cultuuruitgaven "kleiner [zijn] dan in 2013 was voorzien, vanwege de latere bezuinigingen bij gemeenten en de inmiddels licht stijgende rijksbestedingen." Desalniettemin blijven de auteurs van Boekman 103 optimistisch over de potentie van crowdfunding. De razendsnelle groei van crowdfunding lijkt zichzelf bestaansrecht te geven.

Gratis publieksonderzoek

Brengt crowdfunding ons de zelfredzaamheid die het ons belooft, of die we onszelf beloven? Niet als we erop leunen als oplossing voor de bezuinigingen op cultuur. Crowdfunding vergroot de sociale en economische ongelijkheid door extra obstakels te plaatsen voor degenen die het het hardst nodig hebben. Het vraagt een sociaal vangnet om er überhaupt aan deel te kunnen nemen, en een groter, zakelijk netwerk om daadwerkelijk financiering buiten de eigen kring te vinden.

Het verschuift het ondernemersrisico verder van vermogende ondernemers en uitgevers naar kleinere ondernemers en kunstenaars en maakt het hen des te moeilijker. Zo is crowdfunding al gauw gratis publieksonderzoek voor grote investeerders: als het minimum wordt gehaald, weten zij dat het de moeite van een investering waard is.

Het is een grillige, eenmalige en onzekere manier van financieren die geen garantie biedt voor de toekomst. En dat beïnvloedt hoe de geldzoekende kunstenaars zich verhouden tot hun massa geldschieters.

Het is een verdere overgave aan marktwerkingen die ons begrip van filantropie en onze culturele diversiteit uithollen. Het stelt ons in staat om te denken dat we diversiteit van het kunstaanbod en van kunstenaars kunnen waarborgen, en ons daarom vrijwaart van de verantwoordelijkheid om onze cultuur rijk en veelzijdig te houden.

Wat nu?

Crowdfunding is de cynische aanvaarding dat cultuur alleen waarde heeft als mensen ervoor willen betalen. Als we de toenemende economische ongelijkheid, waar crowdfunding een deel van uitmaakt, willen bestrijden, moeten we meer vertrouwen durven te hebben in de ontastbare, onmeetbare waarde van cultuur als verrijking van en spiegel op onze samenleving. Dat is onbetaalbaar, maar het kan desalniettemin meer institutionele bescherming en financiering gebruiken. Laten we beginnen door crowdfunding te benaderen met de scepsis die het verdient.

Over Pim van den Berg

Geen spatiefouten, maar verder ook niks.

Utrecht https://twitter.com/bvdpim

Reacties