Mannen die mannen haten

Niet alleen is het zinloos om seksistische en racistische gamewebsites te bespotten, het is ook schijnheilig. We maken allemaal deel uit van het seksisme in het medium, en hebben nog niet zoveel vooruitgang geboekt als we denken.

Gamergate heeft de aardverschuiving in de game-industrie blootgelegd. De gewelddadige reactie van voornamelijk witte mannen die games afbakenen tegen meerstemmigheid maakte in een oogopslag duidelijk hoe diepgeworteld witte suprematie en seksisme zitten in de game-industrie. Drie decennia werden witte jongens als ik in de watten gelegd. Maar dankzij het activisme van vrouwen, en etnische- en seksuele minderheden, ontstaat er ruimte voor diverse opvattingen, spellen en spellenmakers. En wat een doorzettingsvermogen vergt het om door die modderstroom van bekrompenheid, apathie, vrouwenhaat en doodsbedreigingen te waden.

Meer dan vijf jaar geleden zou ik ook mijn schouders opgehaald hebben. Toen Neelie Kroes op vrouwendag bij Pauw & Witteman aanschoof, vroeg ik haar of vrouwendag eigenlijk nog wel nodig was. We zijn toch allemaal gelijk tegenwoordig? Nu vraag ik dat niet meer. Ik ben woke. En met mij steeds meer witte mannen.

Maar we zijn pas sinds kort aan het bekeren. Nog lang niet iedereen is zo ver, of is er mee überhaupt mee bezig. Als je zelf woke AF bent is het schrijnend wanneer een bepaalde Nederlandse gamewebsite artikelen en opinies plaatst die objectiverend, seksistisch of racistisch zijn. Het is kwetsend, en ze trekken daarmee de hele gamejournalistiek omlaag. En wanneer de respons van de desbetreffende website niet nederig of verontschuldigend is, maar koppig en zelfs recalcitrant, dan is het duidelijk wie de schurk van dit sprookje is.

Woke Olympics

Toch weerhoudt het feit dat zo’n website niet verandert door onze kritiek ons er niet van om de spot te drijven met hun oubollige en bekrompen opvattingen. Het Kwaad moet aangewezen worden, en, hé, wij verdienen wel een schouderklopje voor ons geëmancipeerde gedachtengoed. Wij zijn allies.

The Woke Olympics’, noemt Maya Binyam dit populaire fenomeen onder witte mensen. Ze schrijft: ‘Om racisme te laten verdwijnen verwijt je een ander publiekelijk onwetendheid. Nu ben je woke. Maar wat zich vermomd heeft als een anti-racistisch wapenfeit is eigenlijk ondoordachte zelfhulp, meer om de wokeheid van zijn deelnemers te bevestigen, dan om aan te zetten tot vooruitgang.’ De ander veroordelen is vooral jezelf beter laten lijken. Nog belangrijker: door te doen alsof racisme en seksisme schuilt in personen, in de ander, misken je de institutionele werking ervan, en is het makkelijker om je eigen medeplichtigheid daarin te vergeten.

Wetende dat je kritieken en verwijten niemand aanzet tot het beteren van zijn leven, is de bedoeling achter zo’n kritiek dan nog wel zo nobel? Volgens Noam Chomsky is de ethische kracht van je handelen maar zo sterk als de beoogde en voorspelde uitkomst. Kritiek op anderen is makkelijk. Jezelf beteren is moeilijker, maar daar kun je tenminste wat aan doen. De rest is zelfverheerlijking: je lijkt beter dan de ander door je van hem af te zetten.

Niet alleen dat: door te namen en te shamen sluit je de jongere lezers en schrijvers buiten, die een mogelijke, soortgelijke groei kunnen doormaken. Je drijft ze weg en ontneemt ze de kans om woke te worden. Zoals jij dat ooit werd dankzij de onvermoeide inzet van anderen.

Ook Jouw Website Is Seksistisch

Er valt nog genoeg te verbeteren. Geen witte man in de gamejournalistiek kan beweren dat hij vrij is van racisme en seksisme. Ook Jouw Website Is Seksistisch.

Wie linkt naar oude artikelen over hete hoeren (8 jaar oud), kan daarna gerust een google-zoekopdracht doen door de websites van hun huidige of vorige werkgevers naar sletten, tieten, wijven, potten en negers. Er komt genoeg bovendrijven. Daar droegen we allemaal aan bij, door te schrijven, te lezen, te delen, te betalen.

Maar onze medeplichtigheid gaat dieper. De manier waarop gamejournalistiek verslagen wordt, is ook nauw verwant aan de uitsluiting van vrouwen en minderheden in de games-industrie. De eindeloze stroom reviews en previews zijn uithangborden van de marketingcampagnes van kolossale uitgevers die al decennialang als voornaamste marktsegment de jongeman hebben. Door de jaren hebben uitgever en journo gezamenlijk het beeld geschapen van de ultieme gamer, Dorito-kauwend en Dew-slurpend achter een Alienware die de kamer baadt in neonlicht.

In hun onderzoek uit 2016 hebben Maxwell Foxman en David Nieborg, aan de hand van eerdere onderzoeken, het ontstaan van deze stereotype gamer-identiteit in kaart gebracht. Van die identiteit kom je niet van de een op de andere dag af.

Dat de gamejournalistiek medeplichtig is aan de verheerlijking van de witte man ten koste van al het andere, begint gestaag te dagen. Websites weken zich los van oude publicatiemodellen. Minder previews, minder klakkeloos persberichten overnemen voor kliks, minder hype. Meer ruimte voor persoonlijke inzichten, meer vieringen van diversiteit. Er komen prachtige dingen uit voort.

Marktplaatsfeminisme

Toch zou je kunnen zeggen dat het niet genoeg is. Dat de gevierde diversiteit te oppervlakkig is. In haar boek We Were Feminists Once beschrijft Andi Zeisler hoe feminisme tegenwoordig vaak meer een statische identiteit is die je jezelf aanmeet (‘ik ben feminist,’ ‘ik lees en speel geen seksistische dingen’), dan een constante, collectieve strijd voor vrouwen om een gelijkwaardige plaats in de samenleving in te nemen. Dat het uitdragen van feminisme je een feminist maakt. Terwijl bedrijven er goud geld aan verdienen. ‘Marketplace feminism’ noemt Zeisler dat.

Neem bijvoorbeeld de lof die Overwatch krijgt voor zijn diverse personages. Het maakt geen snars uit hoe lesbisch Tracer is: haar seksualiteit wordt getoond, maar niet geleefd in een speelwereld waar alleen op elkaar geschoten hoeft te worden. Er staan in het spel geen gevolgen tegenover haar seksualiteit. Het voornaamste effect van haar seksuele voorkeur is dat iemand zich wil kunnen identificeren met een lesbisch personage, dat daadwerkelijk kan. Maar Tracer doet zelf niks lesbisch, en helpt ook anderen niet dat te doen. Ondertussen verrijkt Blizzard zich met deze oppervlakkige diversiteit, doordat de uitgever aansluiting vindt met een bredere doelgroep. Zonder de oude kern te vervreemden, die zich nog altijd kan verlekkeren aan de onwerkelijk begeerlijke Overwatch-vrouwen. (Mei is niet dik, ze is thicc.)

Of hoe Breath of de Wild links en rechts op handen gedragen wordt om de gameplay, maar we spontaan lijken te vergeten dat The Legend of Zelda ook jarenlang heeft bijdragen aan het uitsluiten en stereotyperen van vrouwen (Feminist Frequency had er genoeg over te zeggen). Het is naïef om te doen alsof The Legend of Zelda plots niks meer met seksisme of mannencultuur te maken heeft, omdat BotW daar niet over gaat. Of dat je sowieso de gameplay van de context zou kunnen scheiden – een paradox die Ian Bogost verkent in zijn boek How To Talk About Videogames.

Net zoals het naïef is om te beweren dat wij gamejourno’s ons even makkelijk denken te kunnen distantiëren van het seksisme en racisme dat in het hart ligt van ons medium.

Net als bij de Woke Olympics draagt dit soort wokeheid niet bij aan emancipatie. Maar het belangrijkste is dat je jezelf feminist kan noemen. Het is het voorrecht van de witte man. Omdat we het leed van de ander niet hoeven te ervaren, is het stoppen ervan niet zo noodzakelijk als het sympathiseren ermee. Het moment dat we onszelf feminist of anti-racist noemen, lijkt de strijd voor ons gestreden. Het maakt gemakzuchtig en kortzichtig.

Verantwoordelijkheid

Het punt is: niemand is heilig. Seksisme en racisme nemen vele vormen aan. Omdat het subtiel of abstract is, is het daarom niet minder schadelijk – en wie niet gelooft in bovenstaande argumenten, kan tegelijkertijd ook niet beweren dat zij wél de werkingen van seksisme en racisme volledig doorgronden. Wie zijn handen wast in onschuld doet precies wat hij anderen verwijt.

Laten we daarom onze verantwoordelijkheid als witte mannen nemen. Laat het feit dat we nog altijd onderdeel uitmaken van een seksistisch en racistisch systeem onze zelfgenoegzaamheid omzetten in wat nederigheid. Wij hebben het minst te lijden, dus is het voor ons ook niet nodig om gemakzuchtig te honen, te oordelen en de deur dicht te slaan. Want je ontneemt anderen een kans waar jij zelf amper voor hebt hoeven vechten. Zoals een witte eikel al eens zei ‘It’s so easy to laugh, it’s so easy to hate / it takes guts to be gentle and kind.’

Dus hup Laadscherm! Laat zien wat je kunt. Wees het wachten waard.

Over Pim van den Berg

Geen spatiefouten, maar verder ook niks.

Utrecht https://twitter.com/bvdpim

Reacties