Zwarte Piet en racisme in ons entertainment: wiedewiedewiet, het is er wel maar je ziet het niet

Zwarte Piet en racisme in ons entertainment: wiedewiedewiet, het is er wel maar je ziet het niet

Naar aanleiding van een interview in het NRC met vier zwarte vrouwen over witte vanzelfsprekendheid ("Witte mensen moeten eens luisteren") is er weerstand ontstaan vanuit de witte hoek over de toon van het debat, alsof dat de hoogste prioriteit is. Wederom blijkt wit ongemak belangrijker te zijn dan zwarte pijn. In deze column van vorig jaar verken ik de witte norm en zwarte stereotypering in de media op de dag van de release van de film Dear White People. We publiceren deze hier opnieuw, omdat deze elders is verwijderd.

Sommigen zullen de discussie over rassengelijkheid al moe zijn, maar als de film Dear White People van eerder dit jaar iets duidelijk maakt, is het dat de Zwarte Pietendiscussie nog maar het topje van de ijsberg is. Want, zo betoogt Dear White People, het is slecht gesteld met de representatie van zwarte mensen in onze films, entertainment en andere media. Zijn we dan met z’n allen werkelijk zo blind voor racisme? Waar zit dat verborgen racisme dan? En gaat dit zo’n zeikerige column worden over gelijkheid?

Alleen het antwoord op die laatste vraag is makkelijk.

Zelf heb ik niks met Zwarte Piet: geef het Marxistische bolwerk de Universiteit van Amsterdam de schuld. Dat hij zwart zou zijn door de schoorsteen is net zo waar als dat de Verenigde Staten Irak binnenvielen om massavernietingswapens te vinden. Doorzichtige smoes of niet, ik wil hier niet specifiek ingaan op de “Zwarte Piet is Racisme”-discussie zelf. (Ik heb niet zo’n dikke huid en doodsbedreigingen maken mij bang.)

Ik wil het enkel hebben over dat er wel degelijk ergens een blinde vlek in ons entertainment is geslopen omtrent racisme, die iedereen, onbewust, lijkt te accepteren. Onbewust is daarbij het sleutelwoord. Het zal bij sommigen inmiddels al wel borrelen. “Maar witte bolletjes dat is dan toch ook racisme!”, “dat Zwarte Piet niet zwart mag zijn is pas racistisch” en “Blanke vla!”.

Wit is de norm; zwart is de afwijking

Wit zijn betekent onzichtbaar zijn. Wit is overal te zien en tegelijk nergens te vinden. In een witte cultuur valt een zwart personage op: de norm is immers wit. Er zijn geen personages op televisie of in de film die “wit” als karaktereigenschap hebben. Personages met als eigenschap “zwart”, die bestaan echter genoeg. In de volksmond beter bekend als het pejoratief “de excuusneger”. In het Engels wordt het chiquer genoemd: tokenisme, wanneer een enkel personage de eigenschappen van een voltallige minderheid vertegenwoordigt.

Zo lijkt het oké, want de minderheid is immers wél vertegenwoordigd, maar eigenlijk is het enige wat ze doen stereotiepe denkbeelden bevestigen. En ja, kwalijke denkbeelden herbevestigen is een vorm van racisme/discriminatie. In diezelfde categorie hebben we overigens ook “de homo” en “de vrouw”. Er zal vast wel eens een wit personage in een film worden aangesproken op zijn huidskleur, maar systematische onderdrukking door het herbevestigen van negatieve stereotypering, dat komt eigenlijk niet voor.

De “token black guy” doet niks anders. Ironisch genoeg is het wél de zwarte vriend die de schijn van racisme moet wegnemen. Geniaalmakers Trey Parker en Matt Stone verwerkten met een dikke knipoog de “token black guy” in South Park. Het enige zwarte kind op de witte basisschool heet, jawel, Token. Even daargelaten of ironisch racisme ook racisme is, spelen grappen als: “Your family is black, you’re bound to have a bass guitar in your basement somewhere” en “I’m sick of your stereotypes”, “Be as sick as you want, just give me a Goddamn bass line” geniaal met het cliché van de “token black guy”. En ik moet het het vreselijke Not Another Teen Movie nageven, waar de grappen over tokenisme best leuk zijn én vooral raak:

Een waslijst aan stereotypen

De kous is er met tokenisme alleen nog niet af. Er zijn tal van kwalijke zwarte personages die negatieve stereotypen bevestigen. Een bekende is de “magische neger” die onbaatzuchtig de witte held helpt. De “magische neger” staat nog dicht bij de natuur en zijn oerinstinct verbindt hem met hogere krachten en spirituele waarheden die witte mensen verloren zijn in hun zucht naar modernisering, beschaving en industrialisatie. Soms in de vorm van street smarts, soms in de vorm van zwarte magie. Zijn intrinsieke wil om te dienen zorgt er overigens voor dat scenarioschrijvers niet hun hoofd hoeven te breken over zijn motieven om te helpen zonder enige vorm van eigengewin. Voorbeelden zijn: Morgan Freeman in Driving Miss Daisy en The Shawshank Redemption, de mortuariummedewerker in Final Destination, The Oracle in The Matrix en John Coffey in The Green Mile.

Ik heb zelf nooit doorgehad dat deze personages kwetsend waren. Ogenschijnlijk zal er voor sommigen misschien nog steeds niks mis mee lijken. Een zwart en wit personage die elkaar helpen is toch juist mooi, hoor ik mensen denken. Het wordt vooral problematisch door de suggestie dat zwarte mensen verder van de moderne samenleving staan; het komt allemaal samen in de tegenstelling "zwarte magie" tegenover "witte wetenschap" In de filmwereld heeft "zwarte magie" zijn nut, maar in het echte leven is de één "onzinnig bijgeloof" en de andere zet mensen op de maan.

De “witte verlosser” is eveneens een personage dat dat stereotiepe contrast bevestigt. Indiana Jones in The Temple of Doom is een typisch voorbeeld, maar we vinden de “witte verlosser” ook terug in Dances with Wolves, Cool Runnings, Blood Diamond, Avatar en ironisch genoeg in The Help.

Het idee is dat zwarte mensen te zwak en onderdanig zijn om voor zichzelf op te komen. Gelukkig is er voor hen een superheld: niet met een maillot en een onderbroek over zijn kleren, maar met een witte huid. Daaruit voortvloeiend beschikt deze over superieure intelligentie, doorzettingsvermogen, moed en een feilloos gevoel voor rechtvaardigheid. Zwarte mensen zijn beter af met witte mensen. Erger nog, zwarte mensen kunnen niet zonder witte mensen. Hoe is dit dan precies racistisch?

Nou, je zou kunnen zeggen dat het het idee voedt dat het probleem van Afrika toch vooral de Afrikanen zelf zijn. De “magische neger” en de “witte verlosser” zijn echter maar twee voorbeelden en voor wie geïnteresseerd is, biedt TV Tropes een enorme waslijst aan stereotypen. Of alles op die lijst even kwalijk is, moet iedereen maar voor zichzelf beslissen. Maar het is goed om te realiseren dat er mensen zijn die stereotiepe personages als onderdeel zien van “de machine” die systematisch minderheden onderdrukt.

Ook in kinderlijke onschuld kan racisme schuilen

Voor sommigen zal het allemaal in de categorie “Je ziet racisme waar het niet is” vallen; Sinterklaas is een kinderfeest en dat kan logischerwijs niet racistisch zijn. Helaas voor hen, zijn ook kinderfilms niet geheel schadenfrei. Disney weet volgens sommigen aardig de toon te zetten met racistische personages. Mulan speelt zich in zijn geheel in China af, maar frappant is het enige personage dat een fors Chinees accent heeft de zeurderige slechterik Chi-Fu en De Keizer van China, die in wijsheden spreekt die beter op zijn plaats zijn in gelukskoekjes (overigens een Amerikaanse uitvinding). Hetzelfde geldt voor The Lion King: de hyena’s hebben als enige een Afro-Amerikaanse tongval en slechterik Scar zou beduidend donkerder zijn dan de rest van de leeuwen. Het Midden-Oosten en Arabieren worden in Aladdin weggezet als barbaars, de apen in The Jungle Book en kraaien in Dumbo vertegenwoordigen de zwarte gemeenschap als stereotiep simpel en vrolijk en Song of the South was zo racistisch dat Disney die onder het tapijt heeft weggemoffeld.

En toch vind ik dat Disney ook veel waardevolle lessen in zijn films heeft, die ik graag aan mijn kinderen zou willen laten zien. Is Disneys grande campagne xenofobie te verspreiden? Zijn de makers bewust bezig minderheden in een kwaad daglicht te stellen? Ondanks dat Walt Disney een vermeend antisemiet was, lijkt me dat wel erg sterk. Het gebeurt gewoon. Die verklaring is een crue dooddoener en weinig zalvend. Toch lijkt het zo te zijn, soms hebben we een blinde vlek voor racistisch postkoloniaal gedachtegoed. Dat betekent echter niet dat we lui achterover kunnen hangen. Juist niet, het is belangrijk om daarvan bewust te zijn en het af te keuren.

Zijn we allemaal racisten?

En nu? Tsja, en nu. Doe er mee wat je wil. Toen ik Judith Butler begon te lezen was feminisme voor mij nog de Dolle Mina. Toen mijn Amerikaanse professor begon over Zwarte Piet en blackface was racisme voor mij nog iets dat zich afspeelde in de Verenigde Staten met Rosa Parks, Jesse Washington en Martin Luther King. Op beide ben ik teruggekomen. Het kan ook in heel kleine dingen zitten. Onbedoeld sluimert racisme in ons entertainment, onze televisieseries, kinderfilms en dus ook in ons Sinterklaasfeest.

Dus, zijn we dan echt allemaal racisten? Als iemand mij nu de vraag stelt “ben jij een racist?” antwoord ik tegenwoordig met “ik probeer het niet te zijn”. Ik heb niet de illusie dat vierhonderdjaar kolonialisme en bijbehorend Westers superioriteitsdenken mij ongemoeid hebben gelaten of zullen laten. Racisme is een hardnekkig systeem. Niemand valt buiten die invloedssfeer. Ook zwarte mensen vallen daar niet buiten, noch de opvattingen in dit artikel.

Mensen in mijn kringen zijn best bereid toe te geven dat (sluik)reclame op tv hun koopgedrag (onbewust) beïnvloedt. Maar wanneer het aankomt op hun vooroordelen, afkomstig van foutieve beeldvorming op tv en in films, dan staan ze daar ver boven. En ik snap die gedachtentrein: "ik ben geen racist, dus wat ik leuk vind kan automatisch niet racistisch zijn". De valkuil is dat het niet zij zijn die bepalen wat racistisch of discriminerend is, maar de mensen die het treft. Laten we om die reden alleen al wat vaker luisteren en ons entertainment aandachtig onderzoeken wanneer dat gevraagd wordt.

Dit artikel is vorig jaar in aangepaste vorm verschenen op NWTV.

Reacties