De tweedracht in Lubach: tussen satire en reclame

De tweedracht in Lubach: tussen satire en reclame

Zondag met Lubach is het enige geslaagde Nederlandse satireprogramma op de buis, maar de scherpe maatschappijkritiek wordt ondermijnd door misplaatste promotie-interviews van irrelevante gasten.

In de recente televisiegeschiedenis hebben Nederlandse satirische talkshows steeds maar een wankele positie weten de behouden. Programma’s waarin de gevestigde orde op de hak genomen wordt beklijven niet: De nieuwste show van Patrick Lodiers op BNN, de Nederlandse editie van Comedy Centrals The Daily Show met Jan Jaap van der Wal. Of Cojones van de VARA een lange levensduur zal hebben valt te betwijfelen: daarvoor zal het eerst grappig moeten worden.

Een aangename uitzondering is Arjen Lubachs Zondag met Lubach (VPRO) op de zondagavond, waarvan het derde seizoen deze week begint. Van achter zijn bureau in een blauwe studio leidt Lubach ons in een half uurtje langs de Nederlandse nieuws(on)waardigheden van de afgelopen week. Naar eigen zeggen leunt het programma meer op een eigentijdse internet- en televisiestijl dan de typisch Nederlandse traditie van de kleinkunst en het theater van Cojones en de haast vergeten voorgangers.

Zondag met Lubach past naadloos in de traditie van Jon Stewarts The Daily Show en The Colbert Report; dat zal Lubach niet ontkennen. Maar het programma heeft meer weg van het nieuwere Last Week Tonight with John Oliver, samen met The Tonight Show de prominentste opvolger in het satirevacuüm dat ontstaan is na de overstap van Stephen Colbert naar de Late Show en door Stewarts aftreden. Bevrijd van het juk van adverteerders door betaalzender HBO durft Last Week Tonight de hele duur van een aflevering met de camera bij Oliver te blijven, zonder afleiding van fictieve correspondenten en vaste interviews. Een kwestie krijgt de aandacht die het verdient ('otherwise, what are you really doing,' aldus Oliver bij Stewarts afscheid). In een medium waar men doodsbang is voor verveelde wegzappers is deze presentatievorm des te gedurfder. Olivers succes schept een waardevol precedent.

Zondag met Lubach is weinig anders: het is een intiem halfuurtje tussen ons en Lubach, die voor zijn pilot schijnbaar carte blanche kreeg van de VPRO. Zowel Oliver als Lubach zijn enigszins buitenstaanders in hun omgeving: Oliver is een Brit in de VS en Lubach profileert zich als verfrissend betrokken Gronings en zeldzaam buitenrandstedelijk. Beide shows lenen zich ook uitstekend voor YouTube. En al zijn Lubachs items korter dan die van Oliver, ze voelen zelden ongegrond of afgeraffeld.

Zeker gezien de budgettaire verschillen tussen Zondag met Lubach en de Amerikaanse concurrentie is het indrukwekkend hoe consequent doorgrondend en, nog belangrijker, grappig Lubach en zijn items zijn. Lubach is als presentator zelfs grappiger, brutaler en veelzijdiger dan Oliver tot nu toe in zijn eigen programma is geweest.

Zo opent Lubach een item met de ogenschijnlijk absurde vraag ‘Moeten we de nazi-koeien in Flevoland preventief doodschieten?’ Stukje bij beetje wordt het probleem van verhongerend wild in de Oostvaardersplassen uit de doeken gedaan (te veel grazers voor te weinig wei, onverantwoord showbeleid door staatsbosbeheer) tot we uitkomen bij het inmiddels vanzelfsprekende antwoord: ‘ja, helaas, es tut mir Leid,’ de nazi-koeien moeten preventief doodgeschoten worden. Recenter brak Lubach een lans voor TTIP, een ‘ondergesneeuwd’ transcontinentaal handelsverdrag dat volgens Lubach de Europese markt vrij zou maken voor de massale invoer van Amerikaanse troep die we helemaal niet willen.

Als Zondag met Lubach bij dit soort engagement zou blijven, zou het de parel van alle Nederlandstalige televisie kunnen worden. Maar een groot deel van de programmering strookt niet met deze items en ontwricht een anderzijds eenduidig geheel. Het is voor de helft een talkshow. Dit deed Stewart ook in The Daily Show, maar die had dagelijks dezelfde tijd te vullen als waar Lubach een week voor heeft.

Lubachs gasten hebben veelal weinig toe te voegen aan de voorafgaande onderwerpen en zijn er vooral om hun eigen werk te verkopen. In dezelfde aflevering als een uitgebreid item over burgerprivacy en inlichtingendiensten schuift Susan Visser aan om haar nieuwste film te promoten. Lubach is ‘zeer vereerd’ haar in de studio te hebben en ze babbelen wat tot de tijd er op zit. Lubach laat zijn interviewkwaliteiten zien met vragen als ‘hoe is het?’ en ‘kan je goed skiën?’ Maarten Heijmans mag live de Shaffy-imitatie doen waar hij nu mee optreedt. In de aflevering dat Lubach zichzelf uitroept tot farao der Nederlanden pronkt Katja Herbers met haar internationale televisiesucces. Het is de enige invalshoek van een praatje dat uitmondt in improvisatietheater.

Door in te zoomen op het vermeende succes van de gasten probeert Zondag met Lubach vervolgens dat belang en ontzag te wekken voor het programma zelf (Lubach vleit zijn gasten als Matthijs van Nieuwkerk: ‘je bent eigenlijk de Ramses [Shaffy] van deze tijd, dat mag ik wel zo zeggen‘). Shots zweven heen en weer en over een applaudisserend publiek om het idee van grootsheid nog verder aan te zetten. Maar dat betekent niet dat de gasten daadwerkelijk van belang zijn, zeker niet binnen de context van het programma zelf.

In het teken van de Provinciale Statenverkiezing kwamen Alexander Pechtold en Emile Roemer (die ook al eerder te gast was in Van der Wals The Daily Show) hun politieke partijen aanprijzen. Pechtold die de Macarena danst is een puike verkooptruc voor zowel hemzelf als Lubach, alleen heeft het niet zoveel met de verkiezingen van doen waar Lubach in andere items juist zo veel aandacht aan heeft geschonken. Selectief politici opvoeren die niets relevants te melden hebben is een slechte manier om de ‘politieke’ geloofwaardigheid (het blijft satire) en doortastendheid van Zondag met Lubach in stand te houden.

Zelfs als er een interessante gast is die iets te vertellen heeft, weet Lubach dat met zijn interviewkunsten en verdere invulling van het programma te ontkrachten. In de eerste aflevering pronkt Lubach met het ‘laatste interview’ dat Lena Dunham gaf voordat zij haar toer afblies, maar verspilt de kostbare tijd met pingpong en jolig geneuzel. Hoe zinloos het was om de vooraanstaande feminist Dunham te boeken bleek verder uit de voorafgaande seksistische grapjes over een schaal van Richter voor vrouwen, om de hevigheid van de Groningse bevingen te relativeren.

Voor een volksverheffer, als een politiek satiricus dat is, maakt Lubach sowieso veel grappen ten koste van minderheden: een slechte imitatie van een hongerig, Afrikaans jongetje (waterschapsverkiezingen), iemand uitmaken voor een G-lord (energielabels voor woningen) en het herhaalde verlangen naar lekkere wijven (met als dieptepunt de implicatie dat Lubach zo genoten heeft van de gelekte naaktfoto’s van Jennifer Lawrence, nota bene in een item over privacy).

En wat was het punt van StemTinder, de app om je stem voor de Provinciale Statenverkiezing puur op uiterlijk te baseren? Een ironische vleeskeuring om ons te confronteren met het oppervlakkige mediacircus van een tot populariteitswedstrijd verworden politiek blijft een vleeskeuring – zeker gezien uiteindelijk alleen de vier knapste kandidaten werden uitgenodigd voor het programma. Ze mochten alleen hun zegje doen omdat ze mooi zijn.

Geleidelijk wordt duidelijk dat Lubach niet zo goed lijkt te weten welke kant hij met zijn programma op wil, of waarom hij er überhaupt mee is begonnen. Naast wat republikeinse en liberale tendensen is er bij Lubach geen politieke ideologie te bespeuren. Zijn populairste schepping, Salamander Klöpping, is niet veel meer geworden dan een woordgrap die woordgrapjes maakt over de tech-industrie. Louter om de groene handpop een podium te geven doet Salamander nu interviews in het segment ‘Salamander met een Ander’. Het is de zoveelste gemiste kans om met een leuk item óók relevant te zijn, of doortastend.

Lubach heeft het podium, de zendtijd, het publiek en het charisma om het nieuws satirisch te ‘remixen’ zoals Zondag met Lubach belooft. Met de afgelopen twee seizoenen heeft hij echter weinig laten zien van een consequente overtuiging achter deze opzet. Zo rammelt Zondag met Lubach voort, schommelend tussen het scherpe satirische nieuwsprogramma dat het wil zijn en de ondoordachte grappen en oppervlakkige interviews annex verkooppraatjes waar het programma op terugvalt.

Misschien durven de publieke omroepen die DWDD-talkshow-vermomd-als-engagementformule van een ouderwetse, doorsnee zelfbevestiging van een media-elite niet los te laten, uit angst dat niemand blijft kijken. Dat kan ook. Hoe het ook zij: Zondag met Lubach snijdt zichzelf in de vingers met een onverzoenbare tweedeling. Nu blijft het programma vooral overeind door Lubachs charme.

Dit artikel is eerder in aangepaste vorm verschenen op De Schrijftafel, op 30 maart 2015.

Over Pim van den Berg

Geen spatiefouten, maar verder ook niks.

Utrecht https://twitter.com/bvdpim

Reacties