De mooie (en minder mooie) dingen die La La Land met nostalgie doet

De mooie (en minder mooie) dingen die La La Land met nostalgie doet

Vroeger was alles beter, is het motto van een tijd waarin een betere toekomst ver weg lijkt.

Het politieke gewin van populisten is gebouwd op nostalgie. Trump enterde het politieke proces met een van Reagan gekaapte, toen al terugkijkende leus, ‘make America great again’. Geert Wilders wil Nederland weer van de Nederlanders maken. Zelfs als het wars is van elk historisch besef, de gedachte dat de beste tijden achter ons liggen scoort.

We zien dat verlangen naar betere tijden, en naar de sterke leidersfiguren die dat kunnen bewaken of terugbrengen, terug in een eindeloze stroom superheldenfilms, remakes en reboots. Absolute ordehandhavers, die rendement garanderen omdat wij bezoekers ernaar blijven terugkeren. Misschien leggen we de nostalgietrend natuurlijkerwijs te ruste wanneer we met het jaarlijkse Star Wars-ritueel het laatste druppeltje bloed uit het verleden gezogen hebben. Misschien pas wanneer verbeeldingskracht en optimisme weer noodzakelijk worden voor de wederopbouw van de verscheurde, naoorlogse samenleving. Grapje.

La La Land, van regisseur-scenarist Damien Chazelle en grote winnaar bij de Golden Globes deze week, is ook een nostalgische film, een musical over het Hollywood-sprookje. Mia (Emma Stone) is een barista en aspirant-actrice die van roemloze auditie naar auditie leeft; Sebastian (Ryan Gosling) is jazzpianist en wil zijn eigen jazzclub openen, het liefst op een historische locatie waar nu een verbasterde samba-tapasbar zit. Hij wil de ‘stervende’ jazzmuziek weer terugbrengen naar de hoogtijdagen van Parker en Gillespie. De film volgt de ontluikende romantiek tussen Seb en Mia langs de obstakels op weg naar hun succes.

De vluchtigheid van nostalgie

Nostalgie is gelijke delen geborgen en weemoedig. Die gouden jaren zijn vervlogen en komen nooit meer terug. Wie dat ontkent is gedoemd het nostalgische ritueel oneindig te herhalen, in de hoop terug te keren naar een betere tijd die waarschijnlijk nooit bestaan heeft. Het is een makkelijke, maar uiteindelijk vruchteloze reactie op het kansarme heden. Zie Woody Allens Midnight in Paris: we kunnen alleen in de schaduw staan van (wat Woody Allen zelf beschouwt als) de grootheden van weleer. In zijn geval komt dat goed uit, omdat veel van zijn latere werk het moet hebben van diezelfde eurocentrische, nostalgische romantiek.

La La Land doet meer dan dat. Het blikt terug om weer vooruit te kunnen. Het put inspiratie en energie uit het mooiste verleden en zet die passie in om iets nieuws te maken. Sebastian krijgt nooit het geld bij elkaar om die samba-tapasbar te kopen, maar wel kan hij een kleinere club in een kelder overnemen en er iets van maken wat hem volledig eigen is. En Mia voedt haar passie voor acteren met de nagedachtenis van haar overleden tante, een acteur in een rondreizend gezelschap. Die vertelde hoe ze met blote voeten in de Seine dook. Ondanks de verkoudheid van een maand, zei ze, zou ze het zo weer doen. Nostalgie is misschien maar een droom, maar dromen zijn nodig voor nieuwe ervaringen, en om een nieuwe wereld in te beelden. Het is een hoopvolle en inspirerende film, zeker voor de millennial met een kutbaantje en ambities.

Amerikaans dromen

Bij de ambities is waar La La Land wankelt. De ambities van Mia en Seb zijn louter persoonlijk, gericht op hun carrières. Die verwezenlijken vergt hard werken. Het is de Amerikaanse droom in zijn puurste vorm: met een wens, hard werken, talent en een beetje geluk is alles mogelijk in the land of opportunity. Maar het is het geloof dat iedereen alles kan worden wat maatschappelijke solidariteit onbelangrijk maakt, de inkomensongelijkheid vergroot, hardwerkende millennials met een kolossale studieschuld opzadelt en minder kansen biedt op de arbeidsmarkt dan de voorgaande generatie. Omdat, spoiler, Mia en Seb succesvol worden, ben je geneigd te vergeten dat niet iedereen zoveel geluk heeft. En omdat, spoiler, Mia en Seb zich dat niet beseffen, steken ze geen poot uit voor hun medemens. Zelfs de kunst die ze maken is autonoom: Mia schrijft en speelt in een toneelstuk over zichzelf en als witte jazzrevivalpianist ontneemt Seb jazz aan enig bevrijdend of emanciperend karakter dat het genre zou hebben voor de Afro- en Latijns-Amerikaanse gemeenschap.

In zijn vorige film Whiplash toonde Chazelle al zijn fascinatie met ongeremde ambitie en de noodzaak om alles te geven om de top te bereiken. Drumleerling Andrew (Miles Teller) dumpt zijn vriendinnetje, vervreemdt zich van zijn familie en repeteert tot bloedens toe om de beste jazzdrummer ter wereld te worden, terwijl zijn docent (een Oscarwinnende rol van J.K. Simmons) hem bij elke gelegenheid verbaal vernedert en intimideert. Hoe meeslepend de ontwikkeling van Andrew als jazzdrummer ook was, Whiplash bleef ambigu: wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als hij er het leven bij inschiet? Een goeie drummer, maar eenzaam en gewond.

De personages in La La Land ruilen ook hun geluk in voor succes, met als groot verschil dat hun succes weer leidt tot nieuw geluk. Wanneer aan ’t eind Mia de steractrice is die koffie komt halen bij een nieuwe hoopvolle barista, wordt de indruk gewekt dat de nieuwe generatie dezelfde kansen zal krijgen als de vorige. Maar wat als dat een leugen is? Dan is het nodig om verder te dromen dan binnen de grenzen van een oneerlijk systeem. La La Land biedt daarvoor de energie, maar mist de verbeeldingskracht.

Over Pim van den Berg

Geen spatiefouten, maar verder ook niks.

Utrecht https://twitter.com/bvdpim

Reacties