De boefjes van Uber - laten we vooral wél moeilijk doen

De boefjes van Uber - laten we vooral wél moeilijk doen

De deeleconomie zorgt voor een hevige discussie. Door Airbnb hebben studenten minder kans op een kamer en Uber stimuleert haar gebruikers/chauffeurs de wet te overtreden, terwijl het miljarden dollars blijft ophalen. Ieder die zich mee laat slepen door onder andere Uber komen vaak bedrogen uit: de chauffeurs verdienen vaak minder dan het minimumloon, mede door de lage prijs en het hoge percentage bemiddelingskosten. Deelnemen als aanbieder in de deeleconomie, zoals wij deze in Nederland kennen, is dus nog geen redelijke optie. Hoe al deze problemen opgelost moeten worden is duidelijk: door een nieuwe, Amerikaanse startup (SherpaShare) die het mogelijk maakt om je echte inkomsten te berekenen als je voor Uber of één van haar concurrenten rijdt. Volgens Alexander Klöpping (Blendle, DWWD) een logisch vervolg, want de “UberPop-achtigen zijn here to stay”.

Het is voor mij onduidelijk naar wie “iedereen” verwijst, naar de rechters die UberPop verboden, naar de media die kritisch zijn op het Amerikaanse bedrijf of naar de chauffeurs die te weinig verdienen? Maar het meest zorgwekkend aan de tweet is dat Klöpping zo overtuigd is dat het bestaan van UberPop (en soortgelijke diensten) zichzelf rechtvaardigt. Alsof het marktaandeel dat Uber wereldwijd heeft weten te veroveren wenselijk is, omdat er zoveel mensen van de dienst gebruik maken.

Deze logica is kortzichtig en gevaarlijk: zo zou ook de kledingindustrie een pluim verdienen. Door kleding te produceren in gevaarlijke fabrieken in Bangladesh. Niemand geeft graag meer geld uit dan nodig, maar als het op Uber aankomt lijken we blind voor de gevolgen.

Op het eerste gezicht heeft Alexander waarschijnlijk geen ongelijk: er zal in de toekomst vast een rol zijn weggelegd voor “UberPop-achtigen”, wat op zijn beurt weer meer bedrijven zoals SherpaShare doet baren. Maar juist iemand als hij, die met Blendle internationale afspraken maakt waar menig gevestigd bedrijf een moord voor zou doen, moet geloven in de maakbaarheid van de wereld. Wanneer er één partij in een samenwerking continu benadeeld wordt — de chauffeurs in Ubers geval — kan er nooit een duurzame toekomst teweeggebracht worden.

Het is naïef om te denken dat het vanzelf goed komt met de participanten bij soortgelijke UberPop-initiatieven. De chauffeurs lopen geen gevaar om in dezelfde benarde situatie te komen als de kledingarbeiders in Bangladesh, maar de hoop op een betere toekomst lijkt ook ijdel. Uber richt zich zoals Walmart op totale beheersing van de markt, wat in het verleden weinig goeds heeft betekend voor de werknemers.

Veel deelnemers weten niet zo goed waar ze aan beginnen wanneer ze bijvoorbeeld als Uberchauffeur hun inkomen willen verdienen of aanvullen. Anders gezegd: Uber heeft baat bij de onwetendheid van deelnemers om de prijs laag te houden. Deelnemers hebben moeite met het inschatten van de kosten, zoals: benzine, onderhoud, afschrijvingen en belasting. Wat overblijft voor de bestuurder is een uurloon dat vaak onder het minimum ligt, met de onzekerheid die niet passend is voor de vergoeding en uitblijvende prijsbescherming. Het laatstgenoemde blijkt uit een recente prijzenoorlog tussen Lyft — Ubers grootste concurrent — en Uber die ervoor zorgde dat prijzen voor een taxirit in bepaalde Amerikaanse steden 30 procent zakten. Met de daling in prijs werd nauwelijks of geen rekening gehouden met inkomsten van de chauffeurs.

Techexpert Klöpping is niet de enige die blind is voor de negatieve gevolgen van deze deeleconomiebedrijven. Journalist Peter Teffer beschreef in de nrc.next van maandag 3 augustus hoe minister Henk Kamp (VVD, Economische Zaken) de komst van de deeleconomie onvermijdelijk vindt. Zijn brief aan de Tweede Kamer is makkelijk samen te vatten: technologiebedrijven hebben ruimte nodig om te innoveren; de overheid moet hen niet te veel in de weg zitten. Maar de term 'deeleconomie' is volgens Teffer misleidend: 'delen' heeft iets utopisch en wat de bedrijven uit de deeleconomie doen is huren, leasen en verkopen. Bedrijven als Airbnb en Uber stellen consumenten niet in staat om diensten of goederen te delen, maar deze aan elkaar te verkopen/verhuren terwijl het bedrijf daar een percentage over rekent, en daar is niets onzelfzuchtigs aan.

De oorzaak van deze deceptie lijkt duidelijk, maatschappelijke vooruitgang — zoals duurzame nieuwe arbeidsvormen — wordt verward met technologische vooruitgang. De perverse prikkels voor techbedrijven zijn enorm. Het is gebruikelijk om snel een markt te monopoliseren en later te denken aan duurzame vormen van inkomen. Dit alles wordt mogelijk gemaakt door bizar hoge waarderingen door venture capitalists die voornamelijk naar één ding kijken: schaalbaarheid, in hoeverre een bedrijf diens eigen explosieve groei kan bijhouden. Wat in het geval van Uber, maar ook bij diverse andere bedrijven, tot perverse prikkels leidt. Als de groeisnelheid voor al het andere gaat is het makkelijk om bepaalde amorele keuzes te verantwoorden. Daarom is het misschien maar goed als we, om bij de woorden van Alexander Klöpping te blijven, “moeilijk blijven doen”.

Reacties